Prefer English? Read it here.
PFAS in eieren van hobbykippen is wijdverspreid in Nederland
Een burgerwetenschappelijke (citizen science) analyse van 801 laboratoriummetingen laat zien dat verhoogde PFAS-concentraties in eieren van hobbykippen niet beperkt zijn tot lokale hotspots, maar in het hele land voorkomen. De gegevens wijzen vooral op blootstelling via bodemfauna en laten daarnaast ook duidelijke ruimtelijke patronen zien, onder meer rond Chemours en dichter bij de kust. We onderzochten PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS, de vier PFAS die zijn opgenomen in de gezondheidskundige beoordeling van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), vaak aangeduid als de EFSA-4. Dit document is een preprint, een wetenschappelijke versie vóór peer review.
Belangrijkste bevindingen
- Op basis van 801 laboratoriummetingen die door burgers uit heel Nederland zijn aangeleverd, laat deze studie zien dat verhoogde PFAS-concentraties in eieren van hobbykippen wijdverspreid zijn en niet beperkt blijven tot enkele lokale hotspots.
- Het sterkste signaal voor blootstelling wees op opname via de bodemfauna: De hoeveelheid onoverdekte buitenruimte per kip was de belangrijkste voorspeller voor PFOS, PFNA en PFHxS. Voor PFOA was dit, na de afstand tot Chemours, de belangrijkste factor. Dit maakt blootstelling via het zoeken naar en eten van wormen, insecten en slakken zeer aannemelijk.
- Eén test is een momentopname: herhaalde bemonstering liet zien dat metingen binnen dezelfde achtertuin in de loop der tijd sterk kunnen variëren. Eén enkele eiertest moet daarom niet worden geïnterpreteerd als bewijs van blijvende veiligheid.
- Grootschalige ruimtelijke factoren waren duidelijk zichtbaar: alle vier de PFAS lieten hogere concentraties zien dichter bij de kust, terwijl PFOA daarnaast ook een sterk afstandseffect ten opzichte van Chemours liet zien, met een geschatte halveringsafstand van ongeveer 34,5 km.
- Slechts 35,7% van de monsters voldeed aan de gezamenlijke EU-maximumgehalten, wat betekent dat iets meer dan een derde onder alle relevante limieten bleef.
- PFOS was de dominante stof, met een overschrijding van het EU-maximumgehalte in 62,0% van de monsters, terwijl PFOA zijn limiet overschreed in 20,2% van de monsters.
- Type voer en waterbron waren geen belangrijke verklarende factoren: deze categorieën waren niet significant in de eindmodellen. Continue toegang tot voer hing voor sommige PFAS samen met lagere concentraties, mogelijk doordat dit de opname via bodemfauna vermindert.
- Er werd geen duidelijke aanwijzing gevonden voor sterke selectiebias: een vergelijking met een onafhankelijke dataset liet zeer vergelijkbare verdelingen zien.

Scenario met naar verwachting hoge PFAS-concentraties in eieren: kippen hebben veel beschikbare buitenruimte, leven in een kleine toom, hebben een lage eiproductie en bevinden zich dicht bij een fluorchemische fabriek en de kust (illustratie door Annemarijn Aarts, dochter van een van de onderzoekers, CC-BY-4.0).
Gezondheidscontext
Om de gemeten concentraties in een volksgezondheidscontext te plaatsen, vergelijkt het rapport ze met de tolerabele wekelijkse inname (TWI) van de EFSA. Uitgaande van een gemiddeld lichaamsgewicht van 78,6 kg voor een volwassene en een gemiddelde eiconsumptie van 18 g per dag, ongeveer twee eieren per week, zou het vervangen van alle geconsumeerde eieren door eieren van hobbykippen met de gemiddelde PFAS-waarde uit deze dataset resulteren in een inname van ongeveer 121% van de EFSA-weeklimiet voor de EFSA-4 PFAS.
Deze berekening heeft alleen betrekking op de inname via eieren. Binnen die weeklimiet blijft dan geen ruimte over voor andere blootstellingsbronnen, zoals drinkwater of andere voedingsmiddelen. Dit is een illustratieve vergelijking ter duiding, geen individueel voedingsadvies.
Belangrijkste figuren
De onderstaande figuren laten de belangrijkste patronen zien: wijdverspreide verontreiniging, sterke variatie in de loop der tijd, een belangrijke rol voor blootstelling via bodemfauna en duidelijke regionale effecten die samenhangen met Chemours en de kust.
Methoden in het kort
- Burgers betaalden zelf voor laboratoriumtesten van eieren van hobbykippen en registreerden hun resultaten via pfasinkaart.nl. Deze analyse omvat monsters verzameld tussen 24 januari 2024 en 27 januari 2026.
- De analyses richtten zich op de EFSA-4 PFAS: PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS, plus hun som.
- Gegeneraliseerde additieve modellen (Tweedie-familie) werden gebruikt om relaties te onderzoeken tussen PFAS-concentraties in eieren, houderijvariabelen en ruimtelijke covariaten.
- Mogelijke selectiebias werd beoordeeld door inzendingen via pfasinkaart.nl te vergelijken met een onafhankelijke dataset met alle resultaten van één laboratoriumbron.
Data: Geanonimiseerde dataset en code, DANS-repository
Privacy-opmerking: De bemonsteringslocaties zijn afkomstig uit particuliere tuinen. Exacte coördinaten worden niet openbaar gedeeld.
Veelgestelde vragen
Welke PFAS zijn geanalyseerd, en wat betekenen de EU-maximumgehalten?
Het rapport richt zich op vier klassieke PFAS, PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS, vaak aangeduid als de EFSA-4. De EU heeft juridisch bindende maximumgehalten voor deze afzonderlijke stoffen in eieren, en ook voor de som van PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS.
Hoe vaak kwamen overschrijdingen voor in deze dataset?
In deze dataset overschreed 52,4% van de monsters het EU-maximumgehalte voor de som van de EFSA-4, en slechts 35,7% bleef onder alle toepasselijke EU-maximumgehalten samen. PFOS was dominant en overschreed zijn EU-maximumgehalte in 62,0% van de monsters.
Waarom kunnen resultaten in dezelfde achtertuin zo sterk variëren in de loop der tijd?
Herhaalde bemonstering liet een hoge variabiliteit binnen locaties zien, bijna even groot als de variabiliteit tussen locaties. PFAS in de bodem en de bredere omgeving zijn persistent, dus variatie in de loop der tijd in eieren weerspiegelt waarschijnlijk veranderende blootstellings- en opnameprocessen, bijvoorbeeld variatie in de beschikbaarheid van bodemfauna, het weer en het gedrag van kippen.
Welke factor verklaarde verschillen tussen achtertuinen het best?
Voor alle onderzochte stoffen was de relatie met onoverdekte buitenruimte per kip het sterkst en meest consistent. Een grotere buitenruimte per kip hing samen met hogere PFAS-concentraties in eieren, wat zeer goed aansluit bij een blootstelling via bodemfauna en niet via voer- of watercategorieën.
Gaat dit vooral over Chemours?
Nee. Het rapport laat een duidelijk PFOA-signaal zien rond de Chemours-fabriek in Dordrecht, waarbij concentraties afnemen met de afstand en met een geschatte halveringsafstand van ongeveer 34,5 km. Maar Chemours is slechts een deel van het verhaal. Verhoogde PFAS-concentraties in eieren van hobbykippen werden in heel Nederland gevonden, ook voor andere stoffen, en voor de som van de EFSA-4 wijzen de patronen op bredere processen van milieudepositie, waaronder een kustgradiënt, naast blootstelling die samenhangt met buiten scharrelen, waarschijnlijk via bodemfauna.
Identificeert dit de exacte bron voor elke achtertuin?
Nee. De studie identificeert nationale en regionale patronen en waarschijnlijke blootstellingsroutes, maar wijst geen specifieke bron toe aan elke afzonderlijke locatie.
Zijn de citizen-sciencedata vertekend naar hoge uitslagen?
Het rapport vergeleek zelfingediende resultaten met een onafhankelijke dataset die alle resultaten van één laboratoriumbron uit dezelfde periode bevatte. De verdelingen waren zeer vergelijkbaar en er werd geen systematische selectiebias gevonden.
Waarom bevatten commerciële eieren vaak veel lagere PFAS-gehalten?
Een waarschijnlijke verklaring is dat commerciële kippen minder worden blootgesteld aan verontreinigde bodem en bodemfauna dan hobbykippen. Ze brengen vaak meer tijd binnen door, of dicht bij de schuilplek, hebben continu toegang tot voer en pikken minder intensief naar wormen, insecten, slakken en andere bodemfauna, waarvan onze resultaten suggereren dat die een belangrijke blootstellingsroute voor PFAS naar eieren vormen. Commerciële leghennen produceren doorgaans ook in hoog tempo eieren, wat de hoeveelheid PFAS per ei kan verlagen. Deze studie analyseerde commerciële bedrijven niet direct, maar het patroon is consistent met de veel lagere PFAS-concentraties die vaak in winkel-eieren worden gerapporteerd vergeleken met veel eieren van hobbykippen. Commerciële eieren maakten geen deel uit van de hoofd-dataset van deze studie. Los daarvan heeft pfasinkaart.nl één test van commerciële eieren op de website gepubliceerd als informele vergelijking.
Kun je eieren van je eigen hobbykippen nog eten?
Deze studie geeft geen individueel voedingsadvies, maar laat wel zien dat PFAS-concentraties in eieren van hobbykippen in de loop der tijd sterk kunnen variëren, zelfs op dezelfde locatie. Eén enkele laboratoriumuitslag moet daarom niet worden geïnterpreteerd als bewijs van veiligheid op de lange termijn. Gezien die variatie, en de bredere bevindingen uit de dataset, hebben sommige hobbykippenhouders, waaronder de oprichter van pfasinkaart.nl, ervoor gekozen om hun eigen eieren niet meer te eten en over te stappen op commerciële eieren.
Over de auteurs
Geert Aarts is kwantitatief ecoloog aan Wageningen University & Research. Zijn interesse in het project ontstond doordat er bij hem thuis kippen worden gehouden, wat zijn nieuwsgierigheid wekte naar de oorzaken van PFAS in eieren. De rijke dataset en analyses op pfasinkaart.nl leverden de eerste belangrijke aanwijzingen op, wat leidde tot een intensieve en inspirerende onderzoekssamenwerking met Dreas en Robin. Wat begon als een snelle analyse mondde uiteindelijk uit in het academische artikel dat hier wordt gepresenteerd.
Dreas van Donselaar is de initiatiefnemer van pfasinkaart.nl. Nadat hij eieren van zijn eigen hobbykippen op PFAS had laten testen, wilde hij die uitslag delen met anderen in de buurt. Wat begon als een eenvoudige poging om één testresultaat voor meer mensen nuttig te maken, groeide uit tot een landelijke citizen science dataset en de basis voor deze studie.
Robin Lasters werkt als coördinator PFAS-sanering bij Natuurpunt, waarbij hij zich richt op de sanering en het ecologisch herstel van door PFAS aangetaste natuurgebieden in België. Hij voerde zijn doctoraatsonderzoek uit aan de Universiteit Antwerpen op het gebied van milieuwetenschappen naar de factoren die de ophoping van PFAS in voedsel uit de eigen tuin zoals kippeneieren beïnvloeden. Vanuit deze achtergrond heeft hij bijgedragen aan de analyse en interpretatie van de door burgers verzamelde dataset en hielp hij de bevindingen te plaatsen in de bredere context van PFAS-verontreiniging in het milieu.
Pers en contact
Voor persvragen, interviewverzoeken of wetenschappelijke samenwerking kun je contact opnemen via [email protected]. Wij kunnen geen individueel advies geven over PFAS of hobbykippen, maar antwoorden op veelgestelde vragen zullen aan de FAQ op deze pagina worden toegevoegd.
Verwijs bij voorkeur naar het PDF-rapport als primaire bron. Deze webpagina is een leesbare samenvatting, opgesteld voor pfasinkaart.nl.

Vijf eieren van hobbykippen, afkomstig van verschillende locaties: twee zijn getest boven de EU-maximumgehalten voor PFAS, één eronder, en twee zijn niet getest (fotografen Arjan van der Vegt en Liesbeth Paardekooper).





